Over vertalen en wat de vertaler verder hoog zit

25 november 2007

Moedertaalspreker

Als wij open sollicitaties ontvangen, schrijven we vaak een mailtje terug waarin we de tamelijk strenge criteria uiteenzetten waaraan vertalers moeten voldoen voordat we werk aan hun uitbesteden. Een daarvan is dat de vertaler moedertaalspreker van de doeltaal moet zijn. De 'doeltaal' is de taal waarnaar vertaald wordt, dus iemand die vanuit het Nederlands naar het Engels wil vertalen, moet het Engels als moedertaal hebben. Voor 'moedertaalspreker' hanteren we overigens een eigen definitie:
Iemand die de betreffende taal sinds zijn kindertijd heeft gesproken, en er middelbaar onderwijs en een hogere opleiding in heeft genoten.
Wij achten die toevoeging van het onderwijs van belang voor vertalers, die niet alleen een vanzelfsprekende mondelinge beheersing van de taal moeten hebben, maar ook moeten beschikken over een brede, "volwassen" woordenschat en op zeker moment stukken op academisch niveau in die taal geschreven moeten hebben.

Overigens zeggen we als het om onze eigen criteria gaat graag met George Orwell (in Politics and the English Language): "Break any of these rules sooner than say anything outright barbarous." Als wij denken dat een niet-moedertaalspreker, dus in het geval van onze vertaling Nederlands-Engels een Nederlandse vertaler, een bepaalde tekst beter begrijpt dan welke moedertaalspreker dan ook - dan vertaalt die niet-moedertaalspreker de tekst, en laten we een Engelse redacteur er nog naar kijken om zeker te stellen dat de tekst zo niet volmaakt van stijl, dan toch in ieder begrijpelijk is - want daar gaat het bijvoorbeeld bij veel technische teksten in de eerste plaats om.

Dit naar aanleiding van een kwestie die heeft gespeeld in een branche die aan onze vertaalbranche verwant is, namelijk die der taaltrainingen.

Een Nederlandse docent Frans achtte zich gediscrimineerd omdat een taleninstituut zijn sollicitatie zou hebben afgewezen omdat hij geen native speaker van het Frans is. Hij diende daarom een klacht in bij de Commissie Gelijke Behandeling. U kunt het bericht hierover lezen in een artikel in de Volkskrant; het volledige oordeel van de Commissie vindt u hier.

Tot onze lichte opluchting stelde de Commissie de man in het ongelijk. Los van het feit dat hij niet aannemelijk kon maken dat hij was afgewezen omdat hij geen moedertaalspreker is, oordeelde de Commissie dat dit criterium "geen rechtstreekse verwijzing naar nationaliteit of nationale afkomst (ras) [bevat]". En dan ben je bij de Commissie Gelijke Behandeling aan het verkeerde adres.

Wat uit het oordeel ook blijkt, is dat het taleninstituut ongeveer dezelfde pragmatische inslag als wij lijkt te hebben. Wij maken af en toe een uitzondering op de moedertaalsprekerregel. Het taleninstituut doet dat nog veel vaker. Want moet je echt een moedertaalspreker zijn om een taal goed te kunnen doceren? Nee natuurlijk, je moet in de eerste plaats een goede docent zijn. Sterker nog: ik krijg de grammatica van een vreemde taal liever door een Nederlander met verstand van zaken uitgelegd. Pas als je op enig niveau spreekvaardigheid krijgt verdient een moedertaalspreker de voorkeur.

Wat in deze zaak verder niet aan de orde komt is het interessante verschijnsel dat, als het om taalcursussen gaat, de klant vaak om moedertaalspreker-docenten vraagt. Dit heeft te maken met het feit dat de vraag naar taalcursussen, anders dan vertalingen, niet uitsluitend worden ingegeven door keiharde behoefte. Er zit een element van fun in. Een werkgever stuurt zijn werknemers niet alleen naar een dure cursus omdat ze keihard hun Frans moeten bijspijkeren. Een taalcursus is vaak een beloning, een secundaire arbeidsvoorwaarde.

Want ga maar na. Als dat keihard bijspijkeren de voornaamste reden was, zou een 50-jarige Nederlandse leraar Frans met een stevige basis in het Nederlandse onderwijs een veel betere keus zijn dan een leuke Française die in rap Frans uitlegt hoe tegenwoordig de Franse mores zijn. Maar voor onszelf willen we niet weten dat het al heel wat zou zijn als we op eindexamenniveau Frans zouden spreken. Wij willen gewoon die leuke Française.

Labels: , , ,

09 juni 2007

Vertalen met allure

Wat ik in veertien jaar in het Engels communiceren, waarbij het helaas regelmatig over gemaakte fouten ging, nooit beseft heb: dat een "error" blijkbaar minder erg is dan een "mistake". Of niet?

Het volgende Kennedy-citaat kende ik nog niet:
This administration intends to be candid about its errors. For as a wise man once said, "An error does not become a mistake until you refuse to correct it." We intend to accept full responsibility for our errors.... We're not going to have any search for scapegoats ... the final responsibilities of any failure are mine, and mine alone.
Het citaat wordt (in langere of kortere vorm) regelmatig geciteerd om Kennedy ten voorbeeld te houden aan anderen - vooral natuurlijk aan president Bush, die geen verantwoordelijkheid voor zijn Irak-fout wil nemen, en al helemaal niet van zins is hem te corrigeren. Ik las het in een column van Michael Shermer in Scientific American, die uitlegt dat corrigeren in dit geval zou betekenen: de situatie niet erger maken dan hij al is door er nog meer geld en mensenlevens achteraan te gooien. Shermer weet echter dat die beslissing onwaarschijnlijk is, omdat Bush het, net als de meeste andere mensen, psychologisch niet aankan dat die geweldige offers helemaal voor niets zijn geweest. Toch moet je dat accepteren. Wat je bij het pokeren in de pot hebt gestopt is niet meer van jou. Als je slechte kaarten hebt moet je je verlies nemen, niet nog meer "investeren" in een steeds onwaarschijnlijkere overwinning.

Maar daar gaat het me nu niet om. Ook niet om de interessante vraag of die 'wise man' uit het citaat Kennedy zelf was. In het algemeen lijkt het aan hem toegeschreven te worden, maar dat kan luiheid of slecht lezen van de citeerders zijn. Een andere toeschrijving die ik vond is aan Grand Admiral Thrawn, waaruit blijkt dat Star Wars niet onderschat mag worden als bron van wijsheid. Maar de meest authentieke kandidaat lijkt me toch O.A. Battista, een vergeten katholieke auteur die echter in 1960, een jaar voor het citaat van Kennedy, mooi wel goed was voor 19.000 "original epigrams", die in 50 kranten in Canada en de VS waren verschenen. Maar dat was dus niet iemand die je met naam en toenaam als bron noemde.

Ik zat dus met de vraag: is een error inderdaad minder erg dan een mistake? Is, laten we zeggen, een error een vergissing (en vergissen is menselijk), terwijl een mistake een (verwijtbare) fout is? Vraagbaken op Internet bevestigen dat niet: zie bijvoorbeeld hier, hier en hier.

Van Dale geeft voor error inderdaad eerst "vergissing", en daarna pas "dwaling, fout, zonde", en voor mistake "fout, vergissing". Maar uit de voorbeelden blijkt dat de woorden qua betekenis inwisselbaar zijn. Je gebruikt ze in verschillende situaties, maar welk woord het wordt, is niet afhankelijk van de ernst van de situatie:
by mistake per abuis, per ongeluk; take someone's umbrella in mistake for one's own iemands paraplu i.p.v. zijn eigen meenemen; make the mistake of speaking too soon de fout begaan voor je beurt te spreken; my mistake mijn fout, ik vergis me; (informeel) and no mistake, there's no mistake about it daar kun je van op aan, en dat is zeker; make no mistake begrijp dat goed

human error menselijke fout; in error per vergissing, abusievelijk; be in error zich vergissen; error of judgement beoordelingsfout; (Bijbel) (realize) the error of one's ways de dwalingen zijns weegs (inzien)
Wacht: the error of one's ways, of, beter nog the error of his ways. Nu praten we! De dwalingen zijns weegs kunnen immers nog gekeerd worden, en wat een mooi Nederlands is dat. Keer je je dwalingen niet, dan zit je pas écht fout.

Deze error, die je dus als "dwaling" zou moeten vertalen, maakt het citaat tot meer dan een ideetje. Het krijgt een bijbelse allure (om niet te zeggen een Star Wars-allure). En je begrijpt meteen waarom je in het Engels "to err is human" kunt laten volgen door "to forgive divine" (een citaat van Alexander Pope, dat echter niet meer als citaat wordt herkend). Probeer dat eens in het Nederlands: "Vergissen is menselijk, vergeven goddelijk." Brrr.

Wat alleen jammer is: Nederlanders gebruiken het woord "dwaling" zo weinig. Het zou me zelfs niet verbazen als jongere generaties het niet meer kennen, als ze niet toevallig rechten studeren. Daarom is de vertaling
Een dwaling wordt pas een fout wanneer je weigert hem te keren
correct, maar onaanvaardbaar hoogdravend, terwijl
een vergissing wordt pas een fout wanneer je weigert hem te herstellen
een onderscheid veronderstelt tussen een vergissing en een fout, dat echter in werkelijkheid niet gevoeld wordt.

(Reminder to self: eens die replica van dat bordje bestellen dat president Truman op zijn bureau had staan:

... ook een mooie om te vertalen.)

Labels: , ,

04 augustus 2006

Over slecht vertalen, maar zonder harde stukjes

Geen recensie, maar een analyse van mijn ergernis over een boekje. Voor een echte recensie zou ik het boekje er ook bij moeten hebben. Het gaat om I always get my sin van Maarten Rijkens. Koop het als u wilt, liefst natuurlijk niet hier maar bij een echte boekhandel. Ik koop het zelf niet, omdat ik uit principe geen boeken koop die ik niet goed vind.

Ik zou er niet meer aan gedacht hebben, als niet een collega een off-topic post in een Forum van Proz.com plaatste - de flaptekst van hetzelfde boekje:
Het bizarre Engels van Nederlanders

I always get my sin is een vermakelijke bloemlezing van fouten die Nederlanders maken als zij Engels spreken.

I do not want to fall with the door in house

Het geeft een hilarisch beeld van het taalgebruik van onze Nederlandse ministers, state secretaries en top hotemetotes.

How do you do and how do you do your wife?

I always get my sin is samengesteld door Maarten H. Rijkens. Als directeur bij Heineken heeft hij jarenlang te maken gehad met Nederlanders die Engels spreken. Momenteel is hij voorzitter van de Industriële Grote Club.

We have to look further than our nose is long

Rijkens: ‘I believe we should all be interesting in this subject and hopely you will enjoy it just as much as I do. Please deal it out on some friendly undertakers, because it is clear that it can so not longer.’

May I thank your cock for the lovely dinner?

Ik schreef daar een wat zure reactie op. Ik zeg, naast wat zinnigere dingen:
Het is een beetje bij elkaar gehobby'd, zo'n boekje waarvan je denkt: "Ja, als ik op het idee was gekomen en wat connecties in de uitgeverij had, stond ik nu in de bestsellerlijst".

Daaruit zou je kunnen afleiden dat ik gewoon jaloers ben, maar zo simpel is het helemaal niet.

Wat zit me allemaal dwars? Eigenlijk te veel om op te noemen, maar laat ik het toch proberen.

  • De hype. Om te beginnen keek ik het maanden geleden al in bij Athenaeum. Ik vond er geen bal aan en hoopte dat anderen er ook niet in zouden trappen, maar was daar al niet helemaal gerust op. Ik weet sinds het legendarische Turbotaal van Jan Kuitenbrouwer (wél in huis, zij het in een van de achterrijen in een te diepe boekenkast) dat grappige taalboekjes het krankzinnig goed kunnen doen. Nu is het dus weer zo ver.
  • Cadeauboekjes. Het hele verschijnsel. De stapels bij de kassa. De kaftkleuren. De grote letters. De treurige waarheid dat boekhandels het zich niet kunnen veroorloven die krengen niet in huis te hebben.
  • De luiheid van auteur en uitgeverij. Kon zo'n interessant verschijnsel als Steenkolenengels (klik op deze link naar Wikipedia voor een aardige beschouwing vanuit verschillende invalshoeken) echt niet iets uitvoeriger behandeld worden dan alleen maar met voorbeelden?
  • Naam boven kennis. Heel veel mensen hadden dit boekje net zo makkelijk kunnen maken als Rijkens. Of beter, zoals ik nog zal betogen, maar dat doet er niet eens toe - waar het om gaat is dat ze niet zo'n aura van autoriteit krijgen omdat ze nooit in één ruimte zijn geweest met een minister. En daarom nooit de kans zouden krijgen om een boekje te publiceren.
  • De onbetrouwbaarheid. Gelooft u deze?
    I am the first woman state secretary for the inside and I am having my first period.
    Dit zou gezegd zijn door de eerste vrouwelijke staatssecretaris van binnenlandse zaken, die wilde aangeven in haar eerste ambtstermijn te zijn. Voor zover ik kan nagaan zou dat Dieuwke de Graaff-Nauta moeten zijn geweest. Zou die dat echt precies zo gezegd hebben? Ik geloof er niets van.
  • Geen context. Dat is trouwens misschien wel het belangrijkste probleem met dit boekje. Het zijn allemaal losse flodders, uitspraken die (als ze dus al ooit echt gedaan zijn) misschien tientallen jaren uiteen liggen, en in heel verschillende situaties door heel verschillende mensen zijn uitgesproken. Die contextinformatie hoort erbij. Name and shame, als het je zo hoog zit. Het maakt trouwens nog al wat verschil of iemand min of meer gedwongen wordt zich uit te drukken in een taal die hij slecht beheerst, of dat uit ijdelheid doet terwijl hij het niet zou hoeven.
  • Gemiste kans. Rijkens komt binnen waar anderen niet binnenkomen. Ik gaf al aan dat hij zijn boekje makkelijker gepubliceerd zal hebben kunnen krijgen dan de meeste andere verzamelaars van taalfouten. Het is daarom deze te pijnlijker dat hij geen toegevoegde waarde heeft geboden door echt verslag te doen van wat hij heeft meegemaakt. Hij heeft wel degelijk iets te bieden, maar doet het niet.
  • Niets van te leren. OK, er zijn al genoeg boeken waaruit Nederlanders kunnen leren hoe ze wél goed Engels kunnen leren. Maar hier wordt een aantal fouten opgesomd, de een ernstiger dan de andere, waarbij met een minimale uitleg anderen voor dezelfde fouten had kunnen worden behoed.

De grote vraag is: als een uitgever mij zou vragen om een leuk boekje met taalfouten van Nederlanders te maken - maximaal 128 bladzijden, grote letters, geen bronvermeldingen, géén geouwehoer, alleen die fouten, als mensen de directeur van Vertaalbureau.nl niet op zijn woord vertrouwen, wie dan wel haha, ik zorg dat het in alle boekhandels komt, succes gegarandeerd, je loopt gewoon binnen - zou ik dan meedoen?

Ik weet het niet.

Labels: ,

16 juli 2006

Mr. President!

Desinteresse in Amerikaanse etiquette is helaas een algemeen Nederlands en waarschijnlijk ook Europees verschijnsel. Toen ik enkele jaren geleden het genoegen had een lezing van Bill Clinton bij te wonen (bij welke gelegenheid ik, sorry, ik vertel dit graag, zijn hand wist te schudden) had ik met enige angst de introductie van Bram Peper tegemoet gezien. Zou hij wel weten dat je Clinton, die op dat moment al bijna drie jaar geen president meer was, wel degelijk als Mr. President moest aanspreken?

Gelukkig, dat wist Peper. Maar in een fractie van een seconde nadat ik "Mr. Pre..." hoorde, maakte de opluchting plaats voor een nieuwe angst: zou de zaal dit wel begrijpen? Helaas, de zaal begreep dit niet. De verbazing was voelbaar. Aan mijn tafel van twaalf personen fluisterden twee mensen "Hij is toch geen president meer?" en anderen keken elkaar vreemd aan - en zo moet het aan alle tafels gegaan zijn, er is geen reden te veronderstellen dat onze tafel slechter dan de rest was.

Ik legde de captain of industry die naast mij zat (als ik ooit onder de grote mensen kom zult u het weten ook) uit dat in Amerika oud-presidenten, zelfs controversiële, bij alle partijen met zeer veel respect worden bejegend, wat zich onder meer uit in het blijven gebruiken van de aanspreekvorm "Mr. President". De captain of industry fluisterde aan zijn buurman dat de meneer naast hem net zei dat het tot de Amerikaanse etiquette behoorde etc., waarna de zaak in ieder geval aan onze tafel vlot was opgehelderd. Omdat er nogal veel Amerika-liefhebbers in de zaal zullen zijn geweest hoop ik dat er ook aan elke tafel een type als ik zat.

De les hieruit is relevant voor vertalers. In het officiële gedeelte van de Vertaalbureau.nl-website leg ik uit welke eigenschappen wij in een vertaler zoeken. Een van die eigenschappen is dat hij of zij problemen moet onderkennen waar anderen geen problemen zien. Niet denken "Oh, dat zit zo en zo," en een voor de hand liggende vertaling gebruiken, als er omstandigheden zijn die je zouden moeten doen vermoeden dat het misschien niet zo eenvoudig is.

Maar het omgekeerde doet zich ook voor. Soms moet je geen probleem zien waar je op het eerste gezicht wel een probleem vermoedt. De omstandigheden moeten er dan toe leiden dat je je schikt in de situatie en er zelfs wel aardigheid in hebt. In dit geval was de probleemsituatie dus dat Bram Peper een ex-president met "Mr. President" aansprak. Dat zet je even op het verkeerde been. Maar dan moet je toch, vóórdat je je twijfels eruit flapt, even aan het denken gaan:

  • Na drie jaar zal het toch wel tot iedereen zijn doorgedrongen dat Clinton geen president meer is. Ook, ja juist ook, tot de inleider van de avond.
  • Zelfs een beroeps-inleider als Bram Peper zal zich wel hebben voorbereid op dit gesprek. Een van de vragen die je bij zo'n voorbereiding beantwoord probeert te krijgen is: hoe spreek je de gast aan?
  • Een slip of the tongue is uitgesloten, daarvoor is "Mr. President" te specifiek - een verspreking was hoogstens een verklaring geweest als Peper bijvoorbeeld "president Clinton" zou hebben gezegd in plaats van "Mr. Clinton".
  • Er zit eigenlijk wel wat in, Clinton mag dan niet meer de machtigste man ter wereld zijn, maar een gewone man is hij nog steeds niet, anders hadden we hier niet gezeten.

Ergo, Bram Peper mag dan een tenenkrommend gesprekje in miserabel Engels voeren, op dat punt zal hij het wel bij het rechte eind hebben. Dit is dus waarschijnlijk een Amerikaans gebruik. Weer wat geleerd.

Labels: , , ,

15 juli 2006

Sr., Jr., III - en II voor neef

Nog snel even de kranten van afgelopen week doorbladeren. Hee, Merel Roze. Over medebloggers niets dan goeds, maar ik moet zeggen dat ik me soms een beetje erger aan Merel, een van de frisse gezichten waarvoor oude heren als Max Pam en Hans Ree plaats moesten maken op de achterpagina van de NRC.
Balkenende III. Het staat wel stoer, die III achter zijn naam. Een beetje een filmster, zoals Hugo Metsers III, al zal hij die niet kennen. Wat kent hij wel, onze premier, behalve de bijbel en het telefoonnummer van zijn logopediste? Al 2,1 kabinet lang vraag ik het me af. (Overigens is het opmerkelijk hoe weinig filmsterren er zijn met een II achter hun naam.)

Het stukje gaat daarna nog vier alinea's door met flauwigheid over Balkenende. Maar hoe zit het nu met die III, en vooral met die II? Ik denk dat Merel geen enkele filmster met een II achter zijn naam kent, en dat ze haar kwinkslag plaatste omdat het haar ook onwaarschijnlijk leek dat er wel een te vinden zou zijn. Maar als je in de IMDB op namen met "II" erachter zoekt, vindt je er nog altijd 903. Nu staat in die lijst ook de Russische keizer Alexander II, en dat kun je moeilijk een filmster noemen (hij speelt "Himself" in een miniserie Assassinations that changed the world). Ook staat er nog ruis in de lijst in de vorm van bijnamen, en van de namen van allerlei technici die zich met een II tooien.

Maar diezelfde ruis zit er in de lijst van namen met III erachter: dat zijn er op het moment dat ik dit stukje schrijf 1779. Bijna twee keer zoveel. En dat terwijl je zou denken dat het juist minder moest worden. De kans dat vader en zoon én kleinzoon hetzelfde heten is kleiner dan dat alleen vader en zoon hetzelfde heten. Heeft Merel dan gelijk met haar onuitgesproken suggestie dat mensen pas zo'n Romeins cijfer achter hun naam gaan zetten als het een beetje indrukwekkend wordt?

Nee, want die II is écht relatief zeldzaam. Het rijtje is namelijk Sr., Jr., III, IV (Tom Cruise blijkt geboren te zijn als Thomas Cruise Mapother IV), V enzovoorts. Nou ja, enzovoorts... veel verder zal je niet komen, want het hele rijtje moet nog in leven zijn. Je wordt overigens niet geacht Sr. achter je naam te zetten, geen toevoeging is per definitie senior. Overlijdt stamvader John Smith, dan schuift iedereen een plaatsje op. (En moet zijn weduwe, die zich natuurlijk volgens goed Amerikaans gebruik Mrs. John Smith noemde, nu opeens wél Sr. achter haar naam zetten, om zich te onderscheiden van haar schoondochter, die dat als vrouw van de nieuwe Sr. net als haar man niet mag, maar ook geen Mrs. John Smith, Jr. meer is, want dat is nu de voormalige Mrs. John Smith, III.)

En II dan? We zagen al aan de IMDB-hits dat die vorm wel degelijk voorkomt. Ten dele lijkt de mooie traditie te verwateren en zetten ouders die hun zoon naar de vader vernoemen achteloos II achter zijn naam. Wie houdt ze tegen. Maar ook historisch kwam de vorm voor, echter vooral om gelijk genaamde familieleden die geen vader en zoon waren te onderscheiden. Denk aan jongere neefjes. Met het losser worden van de familiebanden zal hij wel langzaamaan verdwijnen. Tegenover je vader maak je graag pas op de plaats. Jouw tijd komt nog. Eerst wordt je zoon III, en daarna word je zelf senior en wordt je kleinzoon III. Maar je legt niet graag aan je vriendinnetje uit dat er II achter je naam staat omdat je een neef hebt die wat verder is dan jij.

Labels: ,

23 april 2006

Illarionov in Kommersant, IHT en NRC

Het is maar een kleinigheidje, maar maar ik ben 40 en dan mag je je, vind ik, druk maken over kleinigheidjes. In de NRC van vandaag staat in het katern Opinie & Debat een stuk van Andrei Illarionov. Eronder staat dat een langere versie van het artikel eerder verscheen in de Russische krant Kommersant. Dat ergert me, omdat ik hetzelfde stuk al in de International Herald Tribune van 25 januari las. Ook daar stond onder dat het een verkorte versie van een originele publicatie uit de Kommersant was.

Die originele publicatie heb ik er nu maar bijgezocht: leest u Russisch, klik dan hier.

Wat ik al vermoedde is eenvoudig aan te tonen: het artikel in de NRC is een vertaling van het artikel in de IHT. De geschrapte zinnen en alinea's zijn precies dezelfde en (hoewel de zinsbouw in het Engels vrij dicht bij het Russisch is gebleven) uit het Engels vertaald - ook als je geen Russisch kent zie je het bijvoorbeeld aan de toegevoegde gedachtestreepjes.

Waarom ergert me dat zo?

De NRC doet het voorkomen of ze dat artikel zelf hebben ontdekt, samengevat en vertaald. Dat is een beetje geniepig. Wie door de krant bladert en misschien niet eens het hele stuk van Illarionov heeft gelezen ziet wél het cursieve Een langere versie van dit artikel verscheen eerder in de Russische krant 'Kommersant' en denkt ongeveer als volgt: "toch maar weer mooi de NRC, daar zijn ze echt geïnformeerd, houden zelfs Russisch kranten bij! En vertalen ze het (moeilijke taal, Russisch) en halen ze er ook nog eens de essentie uit (zo'n breedsprakige Rus, het origineel was natuurlijk drie keer zo lang als het nu is).

Daar komt bij dat dit een zogenaamde "sleeper" is, een stuk dat je rustig kunt laten liggen voor als je eens niets anders hebt. Blijkbaar was dat nu zover. Maar anders dan bij actuele artikelen heb je, lijkt me tenminste, bij sleepers de mogelijkheid je huiswerk nog eens na te kijken. De IHT had dit stuk snel verwerkt: het stond op 23 januari in de Kommersant en op 25 januari (dus minder dan twee dagen later, er is 8 uur tijdverschil tussen Moskou en New York) in de IHT. Dat kan van invloed zijn geweest op de kwaliteit van de samenvatting. De ongeveer 25% die uit het oorspronkelijke artikel is geschrapt is op een aantal punten best verhelderend. Je zou makkelijk een andere keuze kunnen maken. Maar de NRC volgt slaafs de Amerikaanse versie.

Behalve dan in de alinea over de G8-top in Sint-Petersburg, en ongeveer de helft van de alinea daarboven. Die staat noch in de Russische, noch in het Amerikaanse versie. Een paar fragmenten daaruit heb ik in het Engels en het Russisch op Internet terug kunnen vinden. Als er een versie in omloop is waarvan dit artikel wel als samenvatting mag gelden, is mijn ergernis over de slordige bronverwijzing er niet minder om. In het Studiehuis leer je het beter.

Labels: , ,