Over vertalen en wat de vertaler verder hoog zit
Rembrandts olifant
Vertaler Engels Jamie Lingwood, een Amsterdamse freelancer die regelmatig opdrachten uitvoert voor Vertaalbureau.nl, blijkt zomaar ineens het bijzondere boek Rembrandts olifant, het verhaal van Hansken van Michiel Roscam Abbing te hebben vertaald. Ik besteed er graag even aandacht aan, al was het maar vanwege het fraaie plaatje dat het omslag siert:  En vooruit, een beetje reclame: wilt u uw buitenlandse relaties een mooi, leerzaam cadeau geven, overweeg dan Rembrandt's Elephant. The Story of Hansken aan te schaffen. De Engelse vertaling is verkrijgbaar bij de betere boekhandel in Amsterdam, maar kan ook direct bij de uitgever (ongetwijfeld ook met meerdere exemplaren tegelijk) worden gekocht: zie www.leporello.nl. Aldaar ook meer informatie over dit bijzondere boek. Labels: Boeken, Vertalen
Reza Abedini de Reza van Marjane Satrapi?
Ik ben niet de enige die het zich afvraagt: is Reza Abedini die, zoals vandaag in de NRC staat de Prins Claus Prijs heeft gewonnen, "Reza" met wie Marjane Satrapi even getrouwd is geweest? Het kan haast niet missen zou je zeggen... geniale kunstenaar (de Reza en Marjane uit Persepolis waren steeds de besten van de klas), twee jaar ouder dan Satrapi. In het blog Il latte della carta schrijft commentatrice Federica: reza abedini mi piace tantissimo, l'ho scoperto qualche mese fa. ora, gossip-question... non sarà mica lo stesso "reza" della satrapi (persepolis 2, il suo ex-marito)? è un po' che ci penso, se qualcuno sa, dica!!! Zo zie je maar weer, Italiaans lees je vanzelf als het onderwerp maar interessant is. Labels: Boeken
Vertalen is als een vrouw
Op de stripboekenafdeling van Scheltema, waar ik bij nader inzien dus geen Gummbah kocht, had ik nog wel een ander idee: Persepolis van Marjane Satrapi te kopen. Ik moest vrij snel beslissen, want ik had mijn dochter van vijf meegenomen en stripafdelingen zijn tegenwoordig, blijkt, geen plaatsen voor kinderen. Seks en geweld alom, bijna geen normaal boek te vinden. (Ik betrap me er trouwens op dat ik geweld tegenwoordig minder erg vind dan seks. De kinderen mogen naar Winx Club en wat al niet op de televisie kijken, maar onze shunga's zullen voorlopig niet aan de muur terugkomen. Zo was het ook met de strips: ik liet dochter van vijf verder bladeren in een gewelddadige mangastrip omdat ik twee meter verderop stapels boeken met blote vrouwen op de kaft had gezien. Zolang ze dáár maar niet heen zou lopen.) Ik was aan Persepolis herinnerd toen een paar dagen eerder op een vertaalnieuwssite een interview met Marjane Satrapi voorbij was geflitst - uit 2004, dat heeft waarschijnlijk met de instellingen van de automatische nieuwsspeurdiensten te maken - waarin Satrapi de flauwe Franse wisecrack "Een vertaling is als een vrouw: ze is óf mooi, óf trouw" ter sprake bracht. Satrapi bleek de voorkeur te geven aan mooie vertalingen. Terug uit de boekhandel las ik meteen het eerste deel van Persepolis. Nog beduusd door die lectuur moest ik echter nog de gewone boodschappen doen. Voor de deur van Albert Heijn stonden twee Iraniërs. Uiteraard werd ik door een van hen aangesproken (ik word altijd aangesproken, vooral door mensen die te verlegen zijn om iedereen aan te spreken), "over de mensenrechten in Iran". Ik: "Nou, u had me niet op een beter moment kunnen treffen, ik heb net het eerste deel van Persepolis van Marjane Satrapi uit." De Iraniër gaf geen krimp en vertelde over mannen en vrouwen die in Iran doodgemarteld waren. En vroeg of ik de Stichting van de Familieleden van Iran (SFVI) geldelijk wilde steunen. Daar was ik niet te beroerd voor, maar ik had geen zin weer zo'n vast bedrag per maand over te maken dat alle liefdadigheidsclubs tegenwoordig vragen. 25 EUR in een keer dan, wat ik behoorlijk genereus van mezelf vond - die SFVI zou net zo goed een communistische mantelorganisatie kunnen zijn tenslotte, Satrapi geeft ook een aardig inzicht in de oppositionele krachten in Iran. De man, duizelig van succes (I.V. Stalin) wees me erop dat ik voor 50 EUR een hele folderactie kon betalen, maar nu was het mijn beurt om geen krimp te geven. 25 EUR dus, en thuis maar eens nakijken hoe goed ze zijn. Ik zou zeggen: oordeel zelf, maar lees in ieder geval Marjane Satrapi, Persepolis, tweede druk van de eendelige uitgave net uitgekomen (augustus 2006), in een volgens mij redelijk trouwe vertaling uit het Frans van van Toon Dohmen. Gerelateerde posts Na deze post is mijn kennis van de wondere wereld van de Mujahedin met sprongen toegenomen. Zie SFVI: niet doen en Alfabetsoep. Labels: Boeken, Politiek, Vertalen
Over slecht vertalen, maar zonder harde stukjes
Geen recensie, maar een analyse van mijn ergernis over een boekje. Voor een echte recensie zou ik het boekje er ook bij moeten hebben. Het gaat om I always get my sin van Maarten Rijkens. Koop het als u wilt, liefst natuurlijk niet hier maar bij een echte boekhandel. Ik koop het zelf niet, omdat ik uit principe geen boeken koop die ik niet goed vind. Ik zou er niet meer aan gedacht hebben, als niet een collega een off-topic post in een Forum van Proz.com plaatste - de flaptekst van hetzelfde boekje: Het bizarre Engels van Nederlanders
I always get my sin is een vermakelijke bloemlezing van fouten die Nederlanders maken als zij Engels spreken.
I do not want to fall with the door in house
Het geeft een hilarisch beeld van het taalgebruik van onze Nederlandse ministers, state secretaries en top hotemetotes.
How do you do and how do you do your wife?
I always get my sin is samengesteld door Maarten H. Rijkens. Als directeur bij Heineken heeft hij jarenlang te maken gehad met Nederlanders die Engels spreken. Momenteel is hij voorzitter van de Industriële Grote Club.
We have to look further than our nose is long
Rijkens: ‘I believe we should all be interesting in this subject and hopely you will enjoy it just as much as I do. Please deal it out on some friendly undertakers, because it is clear that it can so not longer.’
May I thank your cock for the lovely dinner? Ik schreef daar een wat zure reactie op. Ik zeg, naast wat zinnigere dingen: Het is een beetje bij elkaar gehobby'd, zo'n boekje waarvan je denkt: "Ja, als ik op het idee was gekomen en wat connecties in de uitgeverij had, stond ik nu in de bestsellerlijst". Daaruit zou je kunnen afleiden dat ik gewoon jaloers ben, maar zo simpel is het helemaal niet. Wat zit me allemaal dwars? Eigenlijk te veel om op te noemen, maar laat ik het toch proberen.
- De hype. Om te beginnen keek ik het maanden geleden al in bij Athenaeum. Ik vond er geen bal aan en hoopte dat anderen er ook niet in zouden trappen, maar was daar al niet helemaal gerust op. Ik weet sinds het legendarische Turbotaal van Jan Kuitenbrouwer (wél in huis, zij het in een van de achterrijen in een te diepe boekenkast) dat grappige taalboekjes het krankzinnig goed kunnen doen. Nu is het dus weer zo ver.
- Cadeauboekjes. Het hele verschijnsel. De stapels bij de kassa. De kaftkleuren. De grote letters. De treurige waarheid dat boekhandels het zich niet kunnen veroorloven die krengen niet in huis te hebben.
- De luiheid van auteur en uitgeverij. Kon zo'n interessant verschijnsel als Steenkolenengels (klik op deze link naar Wikipedia voor een aardige beschouwing vanuit verschillende invalshoeken) echt niet iets uitvoeriger behandeld worden dan alleen maar met voorbeelden?
- Naam boven kennis. Heel veel mensen hadden dit boekje net zo makkelijk kunnen maken als Rijkens. Of beter, zoals ik nog zal betogen, maar dat doet er niet eens toe - waar het om gaat is dat ze niet zo'n aura van autoriteit krijgen omdat ze nooit in één ruimte zijn geweest met een minister. En daarom nooit de kans zouden krijgen om een boekje te publiceren.
- De onbetrouwbaarheid. Gelooft u deze?
I am the first woman state secretary for the inside and I am having my first period. Dit zou gezegd zijn door de eerste vrouwelijke staatssecretaris van binnenlandse zaken, die wilde aangeven in haar eerste ambtstermijn te zijn. Voor zover ik kan nagaan zou dat Dieuwke de Graaff-Nauta moeten zijn geweest. Zou die dat echt precies zo gezegd hebben? Ik geloof er niets van.
- Geen context. Dat is trouwens misschien wel het belangrijkste probleem met dit boekje. Het zijn allemaal losse flodders, uitspraken die (als ze dus al ooit echt gedaan zijn) misschien tientallen jaren uiteen liggen, en in heel verschillende situaties door heel verschillende mensen zijn uitgesproken. Die contextinformatie hoort erbij. Name and shame, als het je zo hoog zit. Het maakt trouwens nog al wat verschil of iemand min of meer gedwongen wordt zich uit te drukken in een taal die hij slecht beheerst, of dat uit ijdelheid doet terwijl hij het niet zou hoeven.
- Gemiste kans. Rijkens komt binnen waar anderen niet binnenkomen. Ik gaf al aan dat hij zijn boekje makkelijker gepubliceerd zal hebben kunnen krijgen dan de meeste andere verzamelaars van taalfouten. Het is daarom deze te pijnlijker dat hij geen toegevoegde waarde heeft geboden door echt verslag te doen van wat hij heeft meegemaakt. Hij heeft wel degelijk iets te bieden, maar doet het niet.
- Niets van te leren. OK, er zijn al genoeg boeken waaruit Nederlanders kunnen leren hoe ze wél goed Engels kunnen leren. Maar hier wordt een aantal fouten opgesomd, de een ernstiger dan de andere, waarbij met een minimale uitleg anderen voor dezelfde fouten had kunnen worden behoed.
De grote vraag is: als een uitgever mij zou vragen om een leuk boekje met taalfouten van Nederlanders te maken - maximaal 128 bladzijden, grote letters, geen bronvermeldingen, géén geouwehoer, alleen die fouten, als mensen de directeur van Vertaalbureau.nl niet op zijn woord vertrouwen, wie dan wel haha, ik zorg dat het in alle boekhandels komt, succes gegarandeerd, je loopt gewoon binnen - zou ik dan meedoen? Ik weet het niet. Labels: Boeken, Engels
Karel van het Reve kon zijn Tsjechische grammatica niet
Liefhebbers van Karel van het Reve: klik hier (let op: het is een pdf). De ware liefhebber heeft alle boeken van VhR in huis, plus enkele gelegenheidsuitgaven, een reeks Hollands Maandbladen en misschien een map knipsels uit NRC en Parool, maar het allereerste nummer van Ščipčiki is wel erg obscuur. Maar het staat dus zomaar op Internet, misschien per ongeluk, dus grijp snel uw kans. ( Ščipčiki was de Leidse tegenhanger, en, vooruit, ook wel het voorbeeld, van onze Amsterdamse Bormotoesjka, die in 1988 was opgericht door de latere correspondent van de NOS in Moskou Geert Groot Koerkamp. Mijn belangrijkste bijdrage bestond uit het doen weergeven van Cyrillische tekens op de Mac in de bibliotheek, waarmee we toch maar mooi iets deden dat ze in Leiden niet konden. GGK kon - en kan waarschijnlijk nog - ongelooflijk snel typen. Daarom vond hij het niet nodig de knip- en plakmogelijkheden van de Mac te doorgronden. Als hij iets wilde veranderen gebruikte hij gewoon Backspace en begon opnieuw. Bormotoesjka werd later voortgezet als Peredatsja. Zouden er nog studententijdschriftjes bestaan, nu iedereen al zijn spinsels meteen op het Net kan gooien?) Labels: Boeken
Asterix in vertaling
Over de vertalingen van Asterix, naar aanleiding van een post op Watterstaat, die een reactie is op het Communicatielog. Matthijs schrijft in Watterstaat: Ik moet eerlijk zeggen dat ik de quasi-Keltische of -Latijnse namen in de Nederlandse Asterix altijd voor zoete koek geslikt heb. Nu nog weet ik niet of ik er bij het lezen van een Franse Asterix zelf op gekomen zou zijn dat Petibonum een homofoon is van petit bonhomme (klein mannetje). Je moet dan bedenken dat een Franse lezer het accent op de laatste lettergreep legt en de uitgang -um als -om uitspreekt. Rhum (rum) wordt ook uitgesproken als ‘rom’, vandaar dat Babaorum (ook een plaatsnaam in de Asterix-strip) homofoon is met baba au rhum, wat de naam van een gebakje is. Waarbij aangetekend moet worden dat de schrijver literair vertaler uit het Frans is. Mijn Frans is minder goed, maar ik ben waarschijnlijk wel een veel fanatiekere Asterix-lezer - sinds mijn achtste zo'n beetje, al een jaar of 32 zal er nauwelijks een jaar voorbij zijn gegaan waarin ik er geen heb herlezen. Des te vreemder is het dat ook ík zo lang al die namen voor zoete koek heb geslikt. Pas een jaar geleden bedacht ik plotseling dat je de klemtonen op de laatste lettergreep kunt leggen. En dan is het nog maar een kleine stap naar een Franse uitspraak en het herkennen van Petibonum. En daarmee had ik meteen een oplossing voor een vraag die al die tijd gesluimerd heeft (of laten we zeggen: de laatste 25 van die 32 jaar): waarom zijn sommige namen wel "grappig" en andere niet? Die vraag is zó sluimerend geweest dat ik nooit op het idee was gekomen dat je hem zou kunnen oplossen. Karel van het Reve noemt dit verschijnsel in Zie onder Mozes prachtig "slome verbazing". Het volgende verschijnsel, het vervolgens wél vinden van een oplossing, is ook door Karel van het Reve besproken - maar niet verklaard. Of om precies te zijn: het is besproken door de Russische formalistische literatuurcriticus Viktor Sjklovski, die in Nederland bekend is geworden dankzij Karel van het Reve. Deze legde onder meer in zijn inleiding op Sjklovski's De paardesprong (Haarlem 1982) netjes uit waarom de verklaring van Sjkovski niet klopte, zonder echter een alternatief te kunnen bedenken. Het gaat zo. Volgens Sjklovski is kunst het resultaat van een ostranenie, een "vervreemding". In de uitleg van VhR: ...het zo voorstellen van een ding (door het in mootjes te hakken, door het een vreemde naam te geven, door het in een gekke kleur te schilderen, door het te verlangzamen, door het met iets onverwachts te vergelijken) dat de lezer, luisteraar, toeschouwer dat ding - waar hij in het gewone leven aan voorbijgaat, omdat hij er zozeer aan gewend is dat hij het niet meer opmerkt - opeens als nieuw en vreemd ervaart. (Op.cit., p. 12-13.) Mijn geval van het jarenlang niet en dan plotseling wel herkennen van een woordspeling doet denken aan een verhaal van Anton Tsjechov, Aantekenboekje. Een man leest al twintig jaar een uithangbord verkeerd, en dan plotseling goed. Sjklovski noemt dit voorval als voorbeeld van "vervreemding": het bord was op een dag op zijn kant tegen de muur gezet, de man moest nu zijn hoofd draaien om het te lezen, dwong zich dus het te lezen of hij het nog nooit gezien had... en las het nu zoals het bedoeld was. Maar, merkt Van het Reve op: dat bord wordt in dat verhaal helemaal niet van de muur genomen. "Tsjechov schrijft alleen maar dat iemand jarenlang die tekst verkeerd leest en dan opeens goed." (Op.cit. p. 10). Net als ik dus. Tsjechov geeft geen verklaring, Van het Reve geeft geen verklaring, Sjklovski geeft een onjuiste verklaring. Ik kan voor mezelf alleen maar als verklaring bedenken dat ik op een keer dacht: "Kom, laat ik eens proberen te begrijpen wat er grappig kan zijn aan Petibonum." Maar waarom ik die gedachte nooit eerder had gehad blijft onverklaard. Nu de vraag: hoe erg is het dat je alleen met de nodige kennis van het Frans én een dosis geluk die woordspelingen kunt waarderen. Het stukje van Gerrit Jan op het Communicatielog gaat over het late inzicht van de vertalers: Ongetwijfeld hebben de vertalers na een paar afleveringen al nattigheid gevoeld, toen diverse figuren met overduidelijk woordspelige namen opdoken. Maar toen was het al te laat: iedereen kende de namen. Ze hebben het maar zo gelaten, en zo mocht een hele generatie niet meegenieten van de woordspelingen op à bras raccourcis (in bokshouding) assurance tous risques (all-risk verzekering), baba au rhum (moskovisch gebakje met rum) en petit bonhomme (klein mannetje). Het moet een toenemende bron van gêne zijn geweest voor de vertalers, die in latere afleveringen schitterende staaltjes vakmanschap afleverden. Niets aan toe te voegen, zo moet het helemaal gegaan zijn. Ik zit er persoonlijk alleen in het geheel niet mee, en schaar me onder wat Gerrit Jan de dogmatics noemt - de liefhebbers die de nieuwe vertalingen van Asterix, waarin Petibonum Grootmocum heet, een culturele schande vinden. Die woordspelingen zijn een onbelangrijk detail, zoals ook de anachronismen niet het grappigste zijn. Het gaat 'm om de situaties, waar vaak zulke prachtige citaten bijhoren. Die wil ik niet verliezen, en met mij een hele generatie Asterix-lezers. Sorry, maar het moet: Ziener: ... Maar ook dat wist ik Abraracourcix: Maar... hoe wist je dat allemaal? Ziener: Ik ben ziener! ( Asterix en de ziener) De intrigant: Heren! Mochten sommigen van u al geprofiteerd hebben van de naïveteit van Caesar, dan... Caesar: NAÏEF? IK? ( Asterix en de intrigant) Cleopatra: Voorproever! Proef voor! Voorproever (in zichzelf): De smulpaap... Vier parels in wijnazijn. ( Asterix en Cleopatra) Fondue-eters: De stok! De stok! Fondue-eters: De zweep! De zweep! Fondue-eters: In het meer! Met een gewicht aan zijn voeten! Romein, tijdens orgie: Bah, frisse lucht, doe het raam dicht! ( Asterix en de Helvetiërs) Ik zou er denk ik zo vijftig of zestig kunnen halen - en dat is onder mijn vrienden heel gewoon. Een van mijn favorieten is Asterix en het ijzeren schild, een meesterwerk wat mij betreft, niet alleen in de hilarische situaties. Tegen de eerste bladzijde, waarin het schild van Vercingetorix vijf keer van eigenaar wisselt, kan geen kunstzinnig-literaire strip op. Wat noch in het Communicatielog, noch in Watterstaat ter sprake komt, en het heeft dan ook niets met vertalen of communicatie te maken: types als de intrigant zijn waarschijnlijk naar bekende personen getekend. Maar naar wie? Wij gaan het niet uitzoeken, en wachten tot op een dag het antwoord zich vanzelf aandient. Labels: Boeken
Vertaal dit: ... from adultery to zoology
De Amerikaanse journalist H.L. Mencken (1880-1956), in mijn Oxford Dictionary of Quotations vertegenwoordigd met de klassiekers Puritanism. The haunting fear that someone, somewhere, may be happy. en Conscience: the inner voice which warns us that someone may be looking. wordt door Alistair Cooke aangehaald terwijl hij commentaar geeft op de slordige kopij die hij binnenkrijgt: The older I get the more I admire and crave competence, just simple competence, in any field from adultery to zoology. Alistair Cooke, 'George Abbot', in Memories of the Great and the Good (Londen 1999), p. 193. Labels: Boeken
Russische Bibliotheek bij Kruidvat? Hoedt u voor namaak!
Voor de zekerheid: er is maar één Russische Bibliotheek, en dat is de geweldige, unieke, monumentale uitgave van Van Oorschot, waaraan grote vertalers als Aleida Schot, Charles B. Timmer, Tom Eekman en Karel van het Reve hun bijdrage leverden. Overigens bijna onbezoldigd: Van het Reve schrijft dat hij het bedrag dat hij voor zijn Toergenjev-vertalingen ontving volledig aan een secretaresse zou zijn kwijtgeweest als in plaats van zijn vrouw een secretaresse ze zou hebben uitgetypt. Zo'n project was het. En iedereen die zich wel eens te buiten gaat aan een skivakantie hoeft niet meer te doen dan zo'n skivakantie over te slaan om het resultaat in huis te kunnen krijgen. Wat durven nu de mensenvrienden van het Kruidvat? Ze durven een serie inferieure vertalingen van klassieke (en minder klassieke, daarover zodadelijk) Russische schrijvers uit te geven onder de naam... Russische Bibliotheek. Daar is over nagedacht. Ongetwijfeld is die naam onbeschermd, en niet te beschermen, want te algemeen. Maar een groot bedrijf zou het toch niet nodig moeten hebben om zo schaamteloos mee te liften op een zorgvuldig opgebouwde naamsbekendheid. Ik mijd deze keten voortaan, en hoop dat iedereen die goede vertalingen én eerlijk ondernemerschap een warm hart toedraagt hetzelfde doet. Een ding is raadselachtig. In de reeks zijn vertalingen opgenomen van Poesjkin, Gogol, Toergenjev, Dostojevski, Tostoj, Tsjechov, Gorki en... Maximov. Who the hell is Maximov? Wel, Vladimir Jemeljanovitsj Maksimov werd in 1930 geboren, stierf in 1996 en kan bij echte kenners van de Russische geschiedenis van de twintigste eeuw (zo'n kenner ben ik niet) bekend zijn als dissident, is misschien ook wel een goede schrijver, maar hoort absoluut niet in een rijtje van klassieken thuis (Gorki eigenlijk ook niet, maar die is tenminste nog bekend). Nog merkwaardiger is dat de vertaling van Karantin is gemaakt door Arthur Langeveld, die van een heel ander kaliber is dan een goedwillende amateur als S. van Praag - anders dan Van Praag indertijd kent hij echt Russisch, bijvoorbeeld. Wat doet Langeveld in dit gezelschap? Heeft hij toestemming gegeven voor het gebruik van zijn vertaling (oorspronkelijk gepubliceerd in 1975)? Wist hij dat het om een broddelreeks zou waarmee het Kruidvat een middelvinger op zou steken naar de uitgeverij die net zijn alom geprezen vertaling van de Broers Karamazov van Dostojevski in de winkels heeft gebracht? Of heeft hij een naamgenoot? Uit de echte Russische Bibliotheek. Klik hier voor meer informatie. Dit deel (968 blz) kost slechts 45 EUR... Voor de "meer dan 3000 pagina's" die het Kruidvat ten onrechte van de vergetelheid redde betaalt u bijna 5 EUR meer!Labels: Boeken, Ondernemerschap, Russisch, Vertalen
Lolita in het Chinees
Slecht nieuws, de complete Chinese vertaling van Lolita? Wat ik treffend vind aan het artikel in China View is de opeenstapeling van fouten in de korte samenvatting van het boek: Lolita, first published in 1955 in Paris, tells the story of a middle-aged man, who falls in love with a 12-year-old girl and marries her sick, widowed mother to satisfy his erotic desires. Hemolests the girl in a Riviera hotel while she's asleep, she wakens and he runs into the traffic and dies. Het is duidelijk dat de schrijver van het bericht het boek niet gelezen heeft, althans niet in de mij bekende versie. Maar zelfs als je het van een ander hebt, hoe verhaspel je het dan zo? Ik kan verschillende verklaringen bedenken, maar alle nogal onbevredigend: - Schrijver heeft iemand gebeld die het boek heeft gelezen (in het Engels, of in een eerdere, ingekorte Chinese vertaling). Die heeft een wat te uitgebreide samenvatting gegeven, die door de schrijver onjuist is samengevat.
- De flaptekstschrijver heeft er een zootje van gemaakt door het boek niet zorgvuldig te lezen en daardoor bijvoorbeeld mannen en vrouwen door elkaar te halen.
- Het hierboven geciteerde is onjuist vertaald uit het Chinees.
Typisch zo'n zaak die nooit tot de bodem uitgezocht zal worden. Labels: Boeken
|
|