Over vertalen en wat de vertaler verder hoog zit

16 juli 2006

Mr. President!

Desinteresse in Amerikaanse etiquette is helaas een algemeen Nederlands en waarschijnlijk ook Europees verschijnsel. Toen ik enkele jaren geleden het genoegen had een lezing van Bill Clinton bij te wonen (bij welke gelegenheid ik, sorry, ik vertel dit graag, zijn hand wist te schudden) had ik met enige angst de introductie van Bram Peper tegemoet gezien. Zou hij wel weten dat je Clinton, die op dat moment al bijna drie jaar geen president meer was, wel degelijk als Mr. President moest aanspreken?

Gelukkig, dat wist Peper. Maar in een fractie van een seconde nadat ik "Mr. Pre..." hoorde, maakte de opluchting plaats voor een nieuwe angst: zou de zaal dit wel begrijpen? Helaas, de zaal begreep dit niet. De verbazing was voelbaar. Aan mijn tafel van twaalf personen fluisterden twee mensen "Hij is toch geen president meer?" en anderen keken elkaar vreemd aan - en zo moet het aan alle tafels gegaan zijn, er is geen reden te veronderstellen dat onze tafel slechter dan de rest was.

Ik legde de captain of industry die naast mij zat (als ik ooit onder de grote mensen kom zult u het weten ook) uit dat in Amerika oud-presidenten, zelfs controversiële, bij alle partijen met zeer veel respect worden bejegend, wat zich onder meer uit in het blijven gebruiken van de aanspreekvorm "Mr. President". De captain of industry fluisterde aan zijn buurman dat de meneer naast hem net zei dat het tot de Amerikaanse etiquette behoorde etc., waarna de zaak in ieder geval aan onze tafel vlot was opgehelderd. Omdat er nogal veel Amerika-liefhebbers in de zaal zullen zijn geweest hoop ik dat er ook aan elke tafel een type als ik zat.

De les hieruit is relevant voor vertalers. In het officiële gedeelte van de Vertaalbureau.nl-website leg ik uit welke eigenschappen wij in een vertaler zoeken. Een van die eigenschappen is dat hij of zij problemen moet onderkennen waar anderen geen problemen zien. Niet denken "Oh, dat zit zo en zo," en een voor de hand liggende vertaling gebruiken, als er omstandigheden zijn die je zouden moeten doen vermoeden dat het misschien niet zo eenvoudig is.

Maar het omgekeerde doet zich ook voor. Soms moet je geen probleem zien waar je op het eerste gezicht wel een probleem vermoedt. De omstandigheden moeten er dan toe leiden dat je je schikt in de situatie en er zelfs wel aardigheid in hebt. In dit geval was de probleemsituatie dus dat Bram Peper een ex-president met "Mr. President" aansprak. Dat zet je even op het verkeerde been. Maar dan moet je toch, vóórdat je je twijfels eruit flapt, even aan het denken gaan:

  • Na drie jaar zal het toch wel tot iedereen zijn doorgedrongen dat Clinton geen president meer is. Ook, ja juist ook, tot de inleider van de avond.
  • Zelfs een beroeps-inleider als Bram Peper zal zich wel hebben voorbereid op dit gesprek. Een van de vragen die je bij zo'n voorbereiding beantwoord probeert te krijgen is: hoe spreek je de gast aan?
  • Een slip of the tongue is uitgesloten, daarvoor is "Mr. President" te specifiek - een verspreking was hoogstens een verklaring geweest als Peper bijvoorbeeld "president Clinton" zou hebben gezegd in plaats van "Mr. Clinton".
  • Er zit eigenlijk wel wat in, Clinton mag dan niet meer de machtigste man ter wereld zijn, maar een gewone man is hij nog steeds niet, anders hadden we hier niet gezeten.

Ergo, Bram Peper mag dan een tenenkrommend gesprekje in miserabel Engels voeren, op dat punt zal hij het wel bij het rechte eind hebben. Dit is dus waarschijnlijk een Amerikaans gebruik. Weer wat geleerd.

Labels: , , ,

15 juli 2006

Sr., Jr., III - en II voor neef

Nog snel even de kranten van afgelopen week doorbladeren. Hee, Merel Roze. Over medebloggers niets dan goeds, maar ik moet zeggen dat ik me soms een beetje erger aan Merel, een van de frisse gezichten waarvoor oude heren als Max Pam en Hans Ree plaats moesten maken op de achterpagina van de NRC.
Balkenende III. Het staat wel stoer, die III achter zijn naam. Een beetje een filmster, zoals Hugo Metsers III, al zal hij die niet kennen. Wat kent hij wel, onze premier, behalve de bijbel en het telefoonnummer van zijn logopediste? Al 2,1 kabinet lang vraag ik het me af. (Overigens is het opmerkelijk hoe weinig filmsterren er zijn met een II achter hun naam.)

Het stukje gaat daarna nog vier alinea's door met flauwigheid over Balkenende. Maar hoe zit het nu met die III, en vooral met die II? Ik denk dat Merel geen enkele filmster met een II achter zijn naam kent, en dat ze haar kwinkslag plaatste omdat het haar ook onwaarschijnlijk leek dat er wel een te vinden zou zijn. Maar als je in de IMDB op namen met "II" erachter zoekt, vindt je er nog altijd 903. Nu staat in die lijst ook de Russische keizer Alexander II, en dat kun je moeilijk een filmster noemen (hij speelt "Himself" in een miniserie Assassinations that changed the world). Ook staat er nog ruis in de lijst in de vorm van bijnamen, en van de namen van allerlei technici die zich met een II tooien.

Maar diezelfde ruis zit er in de lijst van namen met III erachter: dat zijn er op het moment dat ik dit stukje schrijf 1779. Bijna twee keer zoveel. En dat terwijl je zou denken dat het juist minder moest worden. De kans dat vader en zoon én kleinzoon hetzelfde heten is kleiner dan dat alleen vader en zoon hetzelfde heten. Heeft Merel dan gelijk met haar onuitgesproken suggestie dat mensen pas zo'n Romeins cijfer achter hun naam gaan zetten als het een beetje indrukwekkend wordt?

Nee, want die II is écht relatief zeldzaam. Het rijtje is namelijk Sr., Jr., III, IV (Tom Cruise blijkt geboren te zijn als Thomas Cruise Mapother IV), V enzovoorts. Nou ja, enzovoorts... veel verder zal je niet komen, want het hele rijtje moet nog in leven zijn. Je wordt overigens niet geacht Sr. achter je naam te zetten, geen toevoeging is per definitie senior. Overlijdt stamvader John Smith, dan schuift iedereen een plaatsje op. (En moet zijn weduwe, die zich natuurlijk volgens goed Amerikaans gebruik Mrs. John Smith noemde, nu opeens wél Sr. achter haar naam zetten, om zich te onderscheiden van haar schoondochter, die dat als vrouw van de nieuwe Sr. net als haar man niet mag, maar ook geen Mrs. John Smith, Jr. meer is, want dat is nu de voormalige Mrs. John Smith, III.)

En II dan? We zagen al aan de IMDB-hits dat die vorm wel degelijk voorkomt. Ten dele lijkt de mooie traditie te verwateren en zetten ouders die hun zoon naar de vader vernoemen achteloos II achter zijn naam. Wie houdt ze tegen. Maar ook historisch kwam de vorm voor, echter vooral om gelijk genaamde familieleden die geen vader en zoon waren te onderscheiden. Denk aan jongere neefjes. Met het losser worden van de familiebanden zal hij wel langzaamaan verdwijnen. Tegenover je vader maak je graag pas op de plaats. Jouw tijd komt nog. Eerst wordt je zoon III, en daarna word je zelf senior en wordt je kleinzoon III. Maar je legt niet graag aan je vriendinnetje uit dat er II achter je naam staat omdat je een neef hebt die wat verder is dan jij.

Labels: ,